Woningmarktregio’s; groter is beter?

De Woningwet 2015 beoogt dat de schaal van een woningcorporatie in overeenstemming is met de schaal van de regionale woningmarkt. Gemeenten bepalen gezamenlijk de schaalgrootte en samenstelling van die woningmarkt. Voor 1 juli 2016 kunnen zij, in samenspraak met corporaties, een voorstel doen voor een woningmarktregio. Voor corporaties geldt dat zij na die tijd geen investeringen in bijvoorbeeld nieuwbouw mogen doen buiten hun woningmarktregio. Met name voor de grotere corporaties en voor corporaties met verspreid bezit een risico. Hoe kijken corporaties en gemeenten tegen de vorming van woningmarktregio’s aan? Worden er al gesprekken gevoerd en wat zijn mogelijke uitkomsten? USP deed onderzoek onder gemeenten en corporaties.Twijfels over nut vorming woningmarktregio’sOngeveer een kwart (24%) van de gemeenten is negatief over de vorming van woningmarktregio’s. Zij voorzien veel extra werk en zien niet direct voor welk probleem de vorming van de woningmarktregio een oplossing is. Een aantal (kleinere) gemeenten vreest geen corporatie meer in de regio te hebben die wil en of mag investeren. Bij corporaties is een derde (31%) negatief over de vorming van de woningmarktregio’s. Hoe groter de corporatie, hoe negatiever men is over de vorming van woningmarktregio’s. Van de zogenaamde XL-corporaties (meer dan 25.000 woningen) is 75% negatief. Logisch, gezien de mogelijke gevolgen voor deze corporaties. Hoe groter hoe beter?Als de woningmarktregio’s er dan toch moeten komen, dan maar zo groot mogelijk, vinden middelgrote en grote corporaties. Logisch ook gezien de mogelijke gevolgen voor deze corporaties bij kleinere regio’s. De vraag is echter in hoeverre dan nog voldaan wordt aan de wens voor corporaties om juist terug te gaan naar de ‘menselijke maat’ en meer lokale binding te krijgen. De kleinere corporaties zijn verdeeld in hun mening. Het gebied waar men werkzaam is, is bepalend. Ook bij gemeenten zijn de meningen verdeeld, 47% is voor en 42% is tegen zo groot mogelijke woningmarktregio’s. Gemiddeld zeggen gemeenten met maar liefst 13 corporaties en 18 andere gemeenten aan tafel te zitten. Bij corporaties ligt dit zelfs nog iets hoger. De vraag is hoe werkbaar een dergelijk samenwerkingsverband is en welke afspraken er dan concreet gemaakt kunnen worden, om maar niet te spreken over de actiesnelheid van dergelijk grote overlegstructuren. Gesprekken gaande, bij helft gemeenten en corporaties al concrete afsprakenHet goede nieuws is in ieder geval dat corporaties en gemeenten in gesprek zijn met elkaar over de vorming van de woningmarktregio’s. 84% van de corporaties zegt in gesprek te zijn met de gemeente(n), 94% van de gemeentes zegt in gesprek te zijn met corporaties. Ondanks dat er bij het ministerie nog geen officiële aanvragen zijn binnengekomen zegt iets meer dan de helft van de gemeenten en corporaties al concrete afspraken met elkaar te hebben gemaakt over de vorming van een woningmarktregio.Woningmarktregio gevormd, en dan…Wanneer de woningmarktregio gevormd is en goedgekeurd door het ministerie staat de volgende stap op het programma, namelijk om te komen tot een woningmarktvisie voor de regio en de bijbehorende prestatieafspraken. Driekwart van de gemeenten (74%) zegt dat er de komende tijd (nieuwe) de prestatieafspraken gemaakt zullen moeten worden. Betaalbaarheid, aanbod van woningen (kwaliteit en kwantiteit) en duurzaamheid staan hierbij bovenaan het prioriteitenlijstje van zowel gemeenten als corporaties.Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met:USP Marketing Consultancy Ewout Stolwijk, Managing Consultant T: 010-2066900 E: stolwijk@usp-mc.nlUSP Marketing Consultancy Veerle Forschelen-Janssen, Consultant T: 010-2066900 E: forschelen@usp-mc.nlDiscussieer mee op de LinkedIn-group 'Corporatie & Beleid'Volg 'USP voor Corporaties' op Twitter