Grote interesse in derde werkplek: kansen voor hybride woon/werkplekken

Steeds langer wordende reistijden in woon-werkverkeer, meer flexibele contracten, meer aandacht voor balans tussen wonen en werken; allemaal aspecten die invloed hebben op de wensen van werknemers ten aanzien van flexibele woon/werkplekken. USP deed onderzoek onder ruim 600 Nederlandse huishoudens naar de interesse en voorwaarden voor deze nieuwe trend: de derde werkplek.

De derde werkplek; 1 op de 3 Nederlandse werknemers heeft interesse

Nederland stevent af op een verkeersinfarct binnen een aantal jaren, de gemiddelde reistijd van woon-werkverkeer neemt ondanks de nodige maatregelen van de overheid nog niet af. Uit het onderzoek van USP blijkt dat Nederlanders gemiddeld 40 minuten aan reistijd per dag voor woon-werkverkeer kwijt zijn. Met name bij de groep tussen de 30 en 45 jaar loopt dit op tot bijna een uur. Veel Nederlanders zien daarom naast hun traditionele werkplek op kantoor, hun auto, hun eigen woning of een wegrestaurant als tweede werkplek. Deze tweede werkplek heeft echter vaak de nodige nadelen. Minder faciliteiten, een minder goede internetverbinding, geen vergaderfaciliteiten, minder representatief voor ontmoetingen en ga zo maar door. Een nieuwe trend lijkt echter geboren, namelijk de derde werkplek. Een flexibele werkruimte of zelfs een flexibel woon-werkpand. Uit het onderzoek van USP blijkt dat maar liefst 81% van de Nederlandse werknemers, waarbij thuiswerken een optie is (40%), (mogelijk) interesse heeft in een flexibele werkplek bij de woning of in de wijk. Dit komt neer op 32% van alle Nederlandse werknemers.

Voorwaarden: goede faciliteiten en mooie uitstraling

Van de respondenten waarbij ‘op afstand werken’ een optie is qua inhoud van het werk, zegt 79% nu al wel eens op afstand of thuis te werken. Hierbij blijkt dat hoe hoger het inkomen hoe vaker het voorkomt. Zoals eerder al gemeld, is het met name de groep werknemers tussen de 30 en 45 jaar die vaak een lange reistijd hebben voor het woon-verkeer. Voor deze groep zou het dus de grootste tijdsbesparing opleveren. Kansen liggen er zowel bij binnenstedelijke ontwikkelingen als bij transformatie van bedrijfsgebouwen eventueel in combinatie met wonen en/of zorg.

De derde werkplek moet in ieder geval een duidelijke meerwaarde bieden ten opzichte van de eerste en tweede werkplek en mag daarmee niet teveel of eigenlijk niks kosten. De (kwaliteit van) gedeelde faciliteiten zijn een belangrijke voorwaarde voor succes evenals de uitstraling.

Grootste uitdaging: wie gaat het betalen?

De resultaten tonen zeker een potentie voor flexibele werkplekken eventueel gecombineerd met wonen. Uit het onderzoek blijkt naast de voorwaarden wat betreft faciliteiten en uitstraling dat ook de kosten een belangrijk element zijn, zo niet hét belangrijkste element. Werknemers zijn bereid zelf een kleine bijdrage te doen, maar noemen in het onderzoek ook de rol van de werkgever hierin. Wanneer het voor de werkgever ook voldoende voordelen heeft, is deze wellicht bereid bij te dragen aan flexibele werkplekken. Flexibele financieringsvormen of vormen tussen huren en kopen zullen verder onderzocht moeten worden. Vooralsnog lijken de bestaande prijzen en de (ontbrekende) bijdrage van de werkgever een belemmerende factor voor grootschalig gebruik.