Delen of hebben; deeleconomie in de woonwijk slechts voor kleine selecte groep

De verhalen (zowel positief als negatief) van bekende partijen binnen de zogenaamde deeleconomie, zoals Uber en Airbnb, kent inmiddels iedereen. Deze in eerste instantie sympathieke ideeën, lijken door hun schaalgrootte inmiddels bijna aan hun succes ten onder te gaan. Maar hebben mensen behoefte om spullen met hun directe buurtgenoten te delen? En wat dan, producten, diensten of kennis? USP vroeg ruim 500 Nederlandse huishoudens naar hun mening over het delen van diensten en producten met hun buren.

1 op de 3 Nederlanders ziet delen met buren niet zitten

Onder het mom van ‘delen is het nieuwe hebben’ zijn er talloze apps en sites opgezet voor het delen van producten. Toch blijkt uit het onderzoek dat slechts een beperkte groep Nederlanders (veelal jongeren onder de 35 jaar), dit echt interessant vindt. Gereedschap is dan bij uitstek wat men wil delen met of lenen van buren (32%). Er heerst nog steeds angst voor het uitlenen aan vreemden. Vertrouwen in goed gebruik is een belangrijke vereiste voordat men mee zal doen. Interesse in overige producten zoals maaltijden, boeken, auto en fiets blijft steken onder de 10%. Ongeveer 1 op de 3 Nederlanders ziet het (uit)lenen van producten met of van buren in geen enkel geval zitten.

Vraag naar klusjesmannen en schoonmaaksters maar niet per se uit eigen wijk

Ook voor het zoeken naar diensten als hondenuitlaters, klusjesmannen, schoonmaaksters, oppassers etc. zijn er inmiddels al diverse (online) initiatieven opgezet. Met name de vraag naar goede klusjesmannen en schoonmaaksters is  groot. De twijfel zit hem echter in het delen hiervan met buren. Het feit dat iemand in de buurt woont, biedt geen garantie op een goede dienst. Ook hier blijkt dat er met name interesse is bij de jongere doelgroep (tot 35 jaar), vaker met een hoger inkomen. Voor de meeste van deze diensten zal geld worden gevraagd en daarmee maakt dit ‘delen’ anders dan het (uit)lenen van producten.

Een inclusieve deeleconomie? Lokale motor gewenst.

Zoals al eerder gemeld, vallen of staan alle initiatieven op het gebied van de deeleconomie met vertrouwen tussen mensen onderling. Alle online initiatieven zijn leuk en worden ook omarmd door een groep gebruikers, maar lang niet door iedereen. Wil de deeleconomie binnen een wijk een succes worden dan lijken met name initiatieven waar een (fysieke) organisatie aan verbonden is, succesvol. De medewerkers van deze organisatie kunnen de motor zijn voor nieuwe initiatieven, om mensen over de drempel te helpen of om ondersteuning te geven.. Alleen op deze manier lijkt de deeleconomie voor alle Nederlanders haalbaar en niet alleen voor een kleine selecte groep.