Zelfcorrigerend vermogen op gebied van duurzaamheid groot

Indien organisatie niet proactief is op gebied van duurzaamheid, wordt zij hier op gewezen door andere partijen

Duurzaamheid wordt, evenals kwaliteit nu al is, steeds meer een vast gegeven binnen bouwprojecten en is daarmee niet langer een specifieke eis. Als het nog geen vast gegeven is dan worden organisaties gestimuleerd hierover na te denken door andere partijen binnen een project. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy in opdracht van Building Holland is uitgevoerd onder ruim 400 bouwprofessionals, bestaande uit opdrachtgevers en opdrachtnemers.

Zonder duurzaamheid geen projectRuim een derde van de opdrachtgevers en opdrachtnemers geeft aan dat duurzaamheid voor eindgebruikers een vast gegeven is geworden en niet zo zeer meer een specifieke eis. Dit betekent dat duurzaamheid langzamerhand geïntegreerd begint te raken in het denkproces binnen de sector. Met andere woorden een oplossing moet duurzaam zijn, anders wordt het niet in beschouwing genomen, of het nu nieuwbouw, renovatie of onderhoud betreft. Hiermee is duurzaamheid de weg ingeslagen die kwaliteit ook heeft doorlopen. Inmiddels is het niet meer mogelijk een project te ontwikkelen of bouwen wat niet aan de kwaliteitseisen voldoet.

Zelfcorrigerend vermogen op gebied van duurzaamheid grootEr is een verschil zichtbaar tussen de proactiviteit van opdrachtgevers en opdrachtnemers als het gaat om duurzaamheid. Bijna 80% van de opdrachtnemers zegt proactief te zijn op dit gebied zelfs wanneer de eindgebruiker daar niet om vraagt, terwijl dit percentage bij de opdrachtgevers iets lager ligt, namelijk 62%. De verwachting is dat in de toekomst, analoog aan het niet meer wegdenken van duurzaamheid als criterium, alle partijen proactief zullen zijn met betrekking tot duurzaamheid. Hiertoe worden zij ook aangezet tot denken door andere partijen. We zien namelijk dat 64% van de opdrachtgevers aangeeft dat haar organisatie binnen een project door andere partijen wordt gestimuleerd na te denken over duurzame oplossingen. Bij opdrachtnemers is dit 51%. Dat dit percentage lager ligt dan bij de opdrachtgevers is niet verwonderlijk, opdrachtnemers gaven namelijk aan proactiever te zijn. Zo zien we dus dat de sector zichzelf ?corrigeert?: als een organisatie zelf niet proactief nadenkt over duurzaamheid, dan zijn er andere partijen die daartoe aanzetten.

Duurzaamheid is ook nadenken over toekomstig gebruik van een gebouwDuurzaamheid is niet alleen gebruik maken van bijvoorbeeld onderhoudsarme / -vrije materialen of het neerzetten van een energiezuinig / -neutraal gebouw. Duurzaamheid is ook flexibiliteit, oftewel nadenken over toekomstig gebruik zodat er over aantal jaren, wanneer bijvoorbeeld een huurcontract afloopt, een andere bestemming aan een gebouw kan worden gegeven. Hiermee wordt voorkomen dat er een enorme leegstand ontstaat van niet of moeilijk te gebruiken gebouwen, zoals we nu zien op de kantorenmarkt. Deze leegstand is eind 2014 opgelopen tot 17,5%. Een deel van de kantoren is moeilijk geschikt te maken voor ander gebruik. Dit probleem zal in de toekomst echter minder groot zijn, aangezien de helft van alle opdrachtgevers en opdrachtnemers aangeeft dat gebouwen steeds meer flexibel gebouwd worden, zodat ze eenvoudig geschikt te maken zijn voor ander gebruik in de toekomst.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

USP Marketing Consultancy, Business Unit Construction Henri Busker T: 010-2066900 E: busker@usp-mc.nl

Volg 'USP voor Bouw' op TwitterDiscussieer mee op de LinkedIn-group ?BouwMarketeer'

Technische verantwoording:Voor dit onderzoek zijn in januari 2015  in totaal 433 online enquêtes afgenomen onder opdrachtnemende en opdrachtgevende partijen binnen de bouwsector.