Woningbouw: Versnellen óf verduurzamen? Het kan en moet beiden!

De boodschap van de Nationale woonagenda, een aantal weken geleden gepresenteerd, was duidelijk. Tot 2025 moeten er jaarlijks 75.000 woningen bij om te voldoen aan de woningbehoefte. Dit zou te halen moeten zijn door het vergroten en versnellen van de woningbouw, het beter benutten van de bestaande voorraad en de betaalbaarheid van het wonen. Maar hoe moet je hier lokaal invulling aangeven, gezien de grote duurzaamheidsopgave die er ligt? En wat is de rol van de verschillende marktpartijen? USP Marketing Consultancy ondervroeg in het kader van het onderzoek Bouwen en Wonen 2018 ruim 1000 Nederlanders en 330 professionals naar hun mening over actuele thema’s zoals duurzaamheid, bouwtempo, woonbehoefte, aanbesteden en woonruimteverdeling. Dit onderzoek is een initiatief van vakblad ROm/Stadszaken.nl, Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft en USP Marketing Consultancy.

Professionals: Verduurzamen heeft topprioriteit

Uit het onderzoek blijkt dat professionals verduurzamen als topprioriteit zien, zowel in de bestaande voorraad als nieuwbouw. Het bouwtempo is ondergeschikt hieraan. Met name corporaties en ontwikkelaars zien de hogere energieprestatie-eisen soms als belemmerend voor het bouwtempo. Het blijven investeren in de ontwikkeling van innovaties op het gebied van duurzaam bouwen is daarom zeer belangrijk. Van de overheid (zowel lokaal als landelijk) mag daarbij worden verwacht de energieprestatie-eisen zo op te stellen dat het niet belemmerend werkt, maar juist stimulerend. 

Uitdaging in kwalitatieve opgave: Weet wat je moet bouwen

De kwantitatieve opgave, hoewel er uiteraard regionale verschillen zijn, is relatief makkelijk te berekenen. De grootste opgave ligt in de kwalitatieve opgave. Hoe wordt doorstroming bevorderd? Op welke wijze wordt er invulling gegeven aan tijdelijke of flexibele woonvormen voor specifieke doelgroepen? Maar ook hoe bouwen we woningaanbod dat aansluit bij wat de woonconsument wil? En daarbij betaalbaar is? Uit het onderzoek blijkt dat de meningen van consumenten en  professionals nogal uit elkaar lopen. Waar de prioriteiten voor consumenten liggen bij ruimte en lage woonlasten, ligt de prioriteit bij professionals bij energieneutraal bouwen. Waar professionals vinden dat de toekomst ligt bij middeldure huur (in dit onderzoek gedefinieerd als huur tussen 700 en 1000 euro per maand), vindt de meerderheid van de consumenten dat gewoon te duur. Inzicht in de lokale woningmarktregio en de wensen van de bewoners in die regio is dus een belangrijke factor om de enorme bouwopgave tot een succes te maken. 

Marktpartijen en overheden; Maak gebruik van elkaars kennis en kunde

Dat marktpartijen en overheden hun verantwoordelijkheid moeten nemen en samen moeten werken is duidelijk. Het erkennen van elkaars sterktes en zwaktes is hierbij belangrijk. Het is logisch dat gemeenten doorpakken met het hard maken van zachte plancapaciteit en dat corporaties betaalbaarheid in de gaten blijven houden. Ontwikkelaars zijn vaak meer bezig op het gebied van nieuwe woonconcepten. De zwaktes van de verschillende markpartijen en overheden zijn in het onderzoek ook aan bod gekomen. Gemeenten lijken te weinig kennis te hebben van gebiedsontwikkeling en grijpen te snel naar het aanbestedingsinstrument. Ontwikkelaars zien alleen mogelijkheden op uitleglocaties en zijn te weinig innovatief op binnenstedelijke locaties. Zaak dus om juist nu de koppen bij elkaar te steken, gebruik te maken van elkaars sterktes en elkaar aan te vullen op zwakke punten. En last but not least de mening en wensen van de eindgebruiker niet te vergeten, maar juist in een vroeg stadium te betrekken. Integrale gebiedsontwikkeling ten top om te komen tot versnellen én verduurzamen.

Benieuwd naar het volledige rapport van dit onderzoek? Klik hier.