Cookievoorkeuren
InstellingenIk ga akkoord

De toekomst van prefab; hoe was de situatie in 2016 en waar gaat het naartoe?

De vraag naar een sneller, goedkoper en slimmer bouwproces neemt al geruime tijd toe. Tijdens de crisis vertraagde deze vraag een beetje, maar met positieve bouwvolumes in Europa trok de trend weer op stoom. In het derde kwartaal van 2016 onderzochten we voor het eerst het onderwerp prefabricage in onze European Architectural Barometer. In het derde kwartaal van 2018 gaan we dit opnieuw onderzoeken omdat het erg interessant kan zijn de onderstaande resultaten van architecten omtrent prefab te vergelijken met data vanuit 2016.

Met de European Architectural Barometer (driemaandelijks onderzoek onder 1.600 architecten in 8 Europese landen) onderzochten we al verschillende manieren om slimmer te bouwen. Een belangrijk onderdeel hiervan is natuurlijk BIM. Dit zou ook een goedkoper (d.w.z. minder faalkosten) bouwproces mogelijk kunnen maken.

Als we het hebben over een sneller bouwproces, weten we dat de vraag in Europa er al is (behalve in Italië). We hebben ook de trend naar meer modulaire bouwproducten onderzocht. Deze trend wordt niet alleen gedreven door een verlangen naar een sneller bouwproces, maar ook door een verwacht gebrek aan kwalitatieve en kwantitatieve beroepsbevolking in de nabije toekomst.

Over het algemeen wordt prefabricage vaak genoemd als een manier om sneller te bouwen. Prefabricage betekent dat gebouwen sneller omhoog gaan en de budgetten waarschijnlijk lager blijven. Bovendien willen eigenaren altijd zo snel mogelijk rendement op de investering behalen.

Prefabricage op de woningmarkt heeft een overgang gemaakt van een zeer bescheiden begin als containerwoningen, op weg naar modulaire, voorgesneden, lambriseringswoningen en uiteindelijk 'volledig' geprefabriceerde woningen. In de commerciële sector hebben we al gesproken over de manier waarop McDonalds modulair bouwen in het VK gebruikt en hoe Google zijn nieuwe campus bouwt.

Het Q3 2016 rapport van de Europese architectuurbarometer richtte zich op de toekomst van prefabricage. Het volledige rapport bestrijkt 8 landen, maar voor dit artikel wil ik me richten op Nederland en Frankrijk (de twee uitersten als het gaat om aanpassing van prefab).

Zoals te zien is in de tabel, was er een enorm verschil in het percentage projecten waarin prefab-elementen werden gebruikt. In Nederland worden geprefabriceerde elementen gebruikt in meer dan de helft van alle projecten. In Frankrijk was dat slechts 18%. Over het algemeen is de Franse bouwmarkt in veel opzichten conservatiever, maar dit verschil is echt aanzienlijk. Bijna 70% van de architecten in Nederland verwacht dat er de komende drie jaar meer geprefabriceerde elementen zullen worden gebruikt, tegenover slechts 31% van de Franse architecten. Nogmaals, dit is een aanzienlijk verschil.

Het grootste voordeel zoals ervaren door Nederlandse en Franse architecten was hetzelfde, een korter bouwproces. Het grootste nadeel dat de Nederlandse architecten zagen, was een langere voorbereidingstijd, terwijl de Franse architecten flexibiliteit als het grootste gebrek benoemen.

Dit verschil is te verklaren door het feit dat Nederlanders meer ervaring hadden met prefabricage. Ze ondervonden geen gebrek aan flexibiliteit tijdens het ontwerpen met geprefabriceerde elementen. Het is echter nog steeds belangrijk om voldoende tijd te nemen in de voorbereidingsfase.

De uiteindelijke beslisser als het gaat om het gebruik van prefab was ook anders in de twee landen. Nederlandse architecten noemden de opdrachtgever de uiteindelijke beslisser, terwijl Franse architecten zichzelf de uiteindelijke beslisser noemden.

Het type prefab dat meestal in hun projecten wordt gebruikt, is hetzelfde voor de twee landen. De meest gebruikte zijn panelized systemen, 3D prefab wordt het minst gebruikt.

Ook is de algehele splitsing tussen nieuwbouw en renovatie (en wonen versus niet-residentieel) min of meer hetzelfde voor de 2 landen.

Met deze bevindingen in het achterhoofd zal het interessant zijn om te zien of het gebruik van prefab in Frankrijk het niveau van de andere Europese landen in de afgelopen twee jaar heeft ingehaald. Zullen de verschillen tussen de landen kleiner of groter zijn geworden?